Tarieven en toezicht

In de Loodsenwet is bepaald dat de ACM de loodsgeldtarieven vaststelt voor de schepen die de Nederlandse havens aandoen. Op basis van een voorstel van het Loodswezen stelt de ACM vóór 1 januari van ieder jaar deze tarieven vast. Na deze tariefvaststelling zijn de risico’s van onvoorziene kosten en/of een minder dan vooraf voor het jaar ingeschat aantal loodsreizen geheel voor de registerloodsen.

De hoogte van de loodsgeldtarieven wordt bepaald op basis van een per 1 januari 2014 ingevoerde landelijke tariefstructuur met een starttarief (S) en een trajecttarief (T). In alle Nederlandse zeehavens betaalt elk schip, over dezelfde afstand (maar omgezet in tijd) geloodst, hetzelfde tarief. Het starttarief (S) is een vast basistarief voor het aan boord brengen c.q. halen van de loods en dekt tevens de vaste kosten van het Loodswezen. Voor de noordelijke zeehavens geldt een toeslag van 30% op het starttarief. Het tarief is gebaseerd op de actuele diepgang van een schip en wordt gedifferentieerd op basis van het beloodsingspunt (verhaalreis, kruispost, rendez-vous). Het variabele trajecttarief (T) is gebaseerd op de actuele diepgang en de af te leggen afstand van een schip. Voor bijzondere reizen geldt een additioneel tarief (A). Hieronder vallen bijvoorbeeld bijzondere transporten, ijsgang of inzet van meerdere loodsen.

Het Loodswezen doet jaarlijks aan de ACM een tariefvoorstel. De twee belangrijkste elementen hiervoor zijn de optelsom van alle voorziene kosten (de begroting) en het aantal voorziene loodsreizen, exclusief de dienstverlening aan de Vlaamse Scheldehavens. Voorafgaand aan het indienen van dit tariefvoorstel bij de ACM stelt het Loodswezen via een formele consultatiebijeenkomst vertegenwoordigers van bij ministeriële regeling aangewezen openbare lichamen betrokken bij het bestuur van één of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf in de gelegenheid hun zienswijze op het voorstel kenbaar te maken. Na een eerste tariefvoorstel, dat op 15 juli bij de ACM wordt ingediend, vindt in het najaar zo nodig bijstelling plaats op basis van de meeste recente gegevens.

Op basis van het uiteindelijke tariefvoorstel heeft de ACM het loodsgeldtarief voor 2019 vastgesteld op min 1,93%. De macro tariefmutatie vanaf de invoering van de landelijk uniforme loodsgeldtariefstructuur in 2014 tot en met het Tariefbesluit 2019 bedraagt -2,49%, oftewel een gemiddelde tariefdaling van -0,42% per jaar. In onderstaande grafiek is de macro ontwikkeling van de loodsgeldtarieven (de groene lijn) afgezet tegen de ontwikkeling van de prijs- en loonindex.

Voor het goed inschatten van het aantal loodsreizen schakelt het Loodswezen de externe expertise van Ecorys in, waarbij op basis van een gevalideerd model rekening wordt gehouden met ontwikkelingen in de markt. Deze inschattingen worden twee maal per jaar opgesteld, in maart en in september. Desondanks blijkt het juist voorspellen van het aantal schepen dat in een jaar de Nederlandse havens aandoet lastig. Achteraf bleken de scheepsaantallen voor 2018, zoals eerder vermeld, te laag ingeschat.

In onderstaande tabel zijn de ramingen van de reizen van Ecorys voor de verschillende scenario’s weergegeven naast de werkelijke reizen over 2018.
Het aantal te loodsen reguliere scheepsreizen is door Ecorys geraamd op 90.499 voor het lage scenario, 92.389 voor het midden scenario en 94.273 voor het hoge scenario.In onderstaande tabel worden de reizen weergegeven inclusief 141 bijzondere reizen.

Overzicht reizen 2018

    
     
 

RAMING ECORYS

WERKELIJK

Havengebied

Laag

Midden

Hoog

 

Harlingen / Terschelling

411

416

422

536

Delfzijl / Eemshaven

2.887

2.924

2.961

3.347

Den Helder

131

132

133

141

Amsterdam-IJmond

12.924

13.006

13.084

13.900

Rotterdam- Rijnmond

55.199

56.557

57.914

57.987

Scheldemonden Wetschepen

10.204

10.318

10.430

11.408

Subtotaal wetschepen

81.756

83.353

84.944

87.319

Scheldemonden Scheldevaart

8.884

9.177

9.470

9.581

 

90.640

92.530

94.414

96.900