Duurzaamheid van de vloot

De huidige vloot

In de huidige vloot zijn verschillende maatregelen genomen voor het bevorderen van duurzaamheid. Zo wordt voor de hele vloot dieselolie EN 590 gebruikt, een zwavelarme brandstof met minimale zwaveluitstoot. Alle tenders (met uitzondering van de twee conventionele tenders), swaths en loodsvaartuigen zijn uitgerust met IMO Tier II-motoren en stoten niet meer NOx uit dan het internationaal vastgestelde maximum van 7,7 g/kwH. De vloot (opnieuw met uitzondering van de conventionele tenders) is bovendien gecertificeerd met het IMO green passport, waardoor de herkomst van de materialen die het schip bevat duidelijk is.

Innovatietender

In 2016 heeft het Loodswezen de oorspronkelijk voor verkoop geplande tender Enterprise behouden en als innovatietender uitgerust. Deze tender wordt gebruikt om innovaties te testen. Innovaties als een nieuwe energie-efficiënte rompvorm, alternatieve anti-fouling en het gebruik van stabilisatievinnen zijn inmiddels succesvol uitgetest. In 2017 is ook de nieuw gebouwde Luna als innovatietender bestempeld. Zie ‘Bouw lichtere generatie tenders’.

Bouw lichtere generatie tenders

In 2018 begon de eindevaluatie van de veldtest aan boord van de Luna. De Luna is uitgerust met een 2000 kilo lichtere motor en een nabehandelingsinstallatie van uitlaatgassen. Deze combinatie leidt tot een lager brandstofverbruik en een lagere uitstoot van stikstofoxide. De test loopt in 2019 door en bij succes nemen we deze installatie aan boord van de Luna eind 2019 over.

De tender 2019, die nieuw gebouwd wordt, is ook uitgerust met deze nieuwe installatie. Deze tender heeft een sterke focus op duurzaamheid, door reductie van de uitstoot en een lager gewicht. Hij weegt 42 ton in plaats van 54 ton en kan daarmee met minder brandstof dezelfde snelheid behalen als eerdere tenders. Dit betekent minder uitstoot en minder vervuiling. Het gewicht gaat onder meer omlaag door gebruik te maken van een lichtere fendering, lichtere motoren en lichtere jets. De gewichtsreductie mag niet leiden tot concessies aan de operationele eisen. Als de nieuwbouw van de tender 2019 succesvol verloopt, zal er opdracht gegeven worden voor nog twee ‘nieuwe generatie-tenders’, met opleveringsdata in 2021 en 2022.

HVO B30, 2e generatie biobrandstof

In 2018 is een proef met biobrandstof op varend materieel uitgebreid. De proef op de loodsvaartuigen en de tenders pakte succesvol uit. Sinds 1 januari 2019 wordt daarom in de regio Rotterdam-Rijnmond gevaren op HVO B30 brandstof, een brandstofmix die voor 30% bestaat uit biobrandstof en daardoor de CO2-voetafdruk omlaag brengt met 25% versus de traditionele brandstof. De inzet van biodiesel voor het stationsschip en de jetgedreven tenders zorgt in de regio Rotterdam-Rijnmond voor een CO2-reductie van 10%.

Overige innovaties

In 2019 is onderzoek gepland naar de mogelijkheid om een elektrisch aangedreven jol in te zetten.

Ook onderzoeken we installatie van een UPS-(Uninterruptible Power Supply-)systeem aan boord van de drie P-klasse-vaartuigen. Daarmee kan het aantal draaiuren van de motoren omlaag. Regio Rotterdam-Rijnmond wil gaan onderzoeken of het taxivervoer van en naar de schepen mogelijk met elektrische auto’s kan worden uitgevoerd.

Brandstofreductie

De nieuwe schepen die in de afgelopen jaren in de vaart zijn gegaan, zijn zwaarder en verbruiken daardoor meer brandstof. Door economisch te varen en te plannen wordt brandstof bespaard. Dit onderwerp krijgt aandacht in de werkoverleggen en ieder jaar krijgen medewerkers van de varende dienst inzicht in hun brandstofverbruik. Het verbruik per vaaruur is in 2018 gedaald. Daarnaast loopt er een onderzoek naar mogelijke stroombesparing voor de momenten dat onze schepen aan wal liggen.

Bewustwording vergroten

Het Loodswezen is in 2018 gestart om de bewustwording bij de eigen medewerkers over duurzaam vaargedrag te vergroten. Efficiënter vaargedrag zorgt ervoor dat er niet altijd vol gas hoeft te worden gevaren of tanks helemaal vol hoeven te zijn. Dit wordt in 2019 doorgezet.

Samenwerken met partners

We werken bij het terugdringen van de CO2-uitstoot samen met partners in de maritieme keten. Goede onderlinge afstemming zorgt ervoor dat zeeschepen efficiënt de havens in en uit kunnen varen en het milieu zo min mogelijk wordt belast. In diverse regio’s vindt overleg plaats met het Havenbedrijf en met andere partijen om ervaringen en experimenten te delen. Zodat partijen met elkaar inzichtelijk maken welke proeven plaatsvinden, wat het effect daarvan is en wat elke partij daarvan kan leren.